Bakbrommers

Vroeger hield ik erg van bakbrommers. Ik had mijn eigen omgebouwde Kreidler. De bak van mijn brommer was oorspronkelijk de lage aanhangkist, waarmee mijn vader het kunstmest uitreed over de velden. Tot hij een nieuwe Landini-tractor kocht en de lage bak niet meer paste. Vond ik niet erg. Zo bouwde ik mijn eigen bakbrommer, in de originele lichtgroene kleur van de Kreidlerkuip. M'n pa heeft me zelfs nog leren lassen zodat ik de wielophanging stabieler kon maken. Op een dag rijd ik met de bakbrommer naar het dorp. Het is een mooi weertje, de zon schijnt en de brommer ligt supergoed op de weg. In de bochtjes geef ik af en toe wat gas bij, omdat ik de extra stabiliteit natuurlijk niet voor niets onder de bak heb gelast. Het scheurt heerlijk. De zomerwind wappert door m'n haren en mijn mouwloze T-shirtje bolt zich via mijn ruime okselgaten, kortom: ik voel mij de koning te rijk op mijn bakbrommer.



Ik rijd met een lekker gangetje het dorp binnen. In de bak liggen een paar doosjes met onderdelen die ik naar een vriend ga brengen. Er staat ook een kratje bier in, omdat ik die middag met die vriend aan zijn bakbrommer ga sleutelen. Langs de weg staan wat bekenden die mij vriendelijk groeten. Dat maakt het bakbrommerritje nog leuker. Euforisch gooi ik mijn hoofd in de nek en haal eens diep adem. Heerlijk, wat een vrijheid! Als ik weer voor me op de weg kijk, staan er vijf kinderen van een jaartje of drie midden op straat. Ze staan daar omdat moeder eend heeft bedacht uitgerekend op die plek haar acht jongen de weg over te dirigeren. De kids willen voorkomen dat het verkeer de eendjes platrijdt, maar omdat mijn bakbrommer hartstikke zwaar en log is, wat de wendbaarheid niet ten goede komt, kan ik niets anders doen dan hard 'opzij' roepen.
Het voorsteven van mijn bakbrommer raakt vier kinderen vol op de borst en eentje vliegt via de bak tegen mij aan, waardoor remmen of anderzins adequaat handelen onmogelijk is. Ik kijk om en zie een geweldige puinhoop op de weg achter me. Als ik weer voor me kijk, zie ik dat de ijscoboer deze schitterende zomerdag heeft uitgekozen om ijs te verkopen. Er staan zeker twaalf tot vijftien mensen voor de kar en ik kan alleen nog maar 'opzij' roepen, vooral omdat mijn bakbrommer niet de beschikking heeft over een handrem of bumpers of iets dergelijks. De klap is enorm en omdat ik de ijscobel tegen mijn onbeschermde hoofd krijg, heb ik erg veel moeite om de bakbrommer op de weg te houden. Dat lukt dan ook niet en met een gangetjes van zeventig kantel ik linksom, waardoor het kratje bier pijlsnel uit de bak suist en mijn opa vol op het rimpelige voorhoofd treft. De oude man was dol op ijs, bedenk ik me als ik hem bewegingloos op de grond zie liggen. Om mij heen liggen allemaal lijken, afgerukte ledematen, geplette ijshoorntjes, eendenkadavertjes en kinderkopjes. Het is een vreselijk gezicht, vooral als ik naar mijn bakbrommer kijk: die is helemaal aan gort. De as is finaal doorgebroken en het rechterwiel heeft de zwangere Joyce vol in de pens geraakt. Ik sta op en kijk of er nog iets te redden is aan het motorblok. Helaas, alles is aan gruzelementen. De bocht van de uitlaat, die ik onlangs nog zo succesvol had uitgeveild, zit om de nek van de onfortuinlijke Italiaanse ijsverkoper gekruld. Die vraag ik later wel terug. Eerst moet ik me gaan bezinnen op de toekomst.

De dagen erna heb ik met wat nabestaanden gesproken en samen hebben we toen besloten om bakbrommers niet meer toe te laten in het dorp. Voortaan geen zelfgebouwde moordmachines meer binnen de dorpsgrenzen. Sindsdien is de verkeersveiligheid met sprongen vooruit gegaan en is er nooit meer iets gebeurd. Zelf ben ik er ondertussen redelijk overheen, enzo, maar toch moet ik nog wel eens aan die bewuste middag denken als ik weer zo'n zelfgesoldeerd hobbyproject zie langsscheuren.
Eigenlijk vind ik dat bakbrommers verboden moeten worden, maar omdat ik het niet voor het zeggen heb, zal dat er niet van komen. Toch zou ik iedereen met een bakbrommer willen vragen of ze dit verhaal goed in hun oren knopen. Dus als jullie binnenkort weer met die stalen onheilsridders rondrijden en jullie zien mij, dan zou het netjes zijn om even te stoppen en mij rustig te laten passeren. Een klein beetje medemenselijkheid is je toch niet vreemd als je een bakbrommer hebt, of wel soms?


terug