Meneer A zet met een listig voorzetje de boel op scherp, meneer
B is lafhartig in zijn rug gestoken en meneer C vindt dat er een onderzoek moet
worden ingesteld, dus volgt de reactie van mevrouw D die samen met clubje E
vindt dat meneer A, die inmiddels gesteund wordt door organisatie F en mevrouw
G, moet inbinden. Dit is tegen het zere been van ongeveer de hele afdeling van
H, behoudens de altijd dwarse leden I en J, die popelen om zich te mengen in
de discussie om werkelijk niks. De uitbarsting in de media heeft al het goede
van een droge ejaculatie; het laat geen vlekken achter en is een kwartier later
vergeten. We tellen tot tien en dan is het tijd voor mevrouw K die iets vindt
en daarmee lijnrecht tegenover de gehele regering staat, iedereen erbij haalt
om haar gelijk te krijgen en zo zitten we even later te kijken naar een kwebbelarijtje
tussen vakbondsbestuurder L en oude rot M, die de vertrouwensbreuk forceren
en tegelijk de boel proberen te sussen, maar niet voordat presentator N en vaste
tafelgast O hun geheel vrijblijvende mening hebben gegeven. Ook dat akkefietje
pruttelt nog een tijdje na voordat het wordt ingeruild voor iets anders. Er
is namelijk altijd nog het goedgeïnformeerde televisieprogramma P, dat
heimelijke opames heeft van meisje Q terwijl ze een lijntje snuift. Het meisje
is volgens ingewijden in alle staten en probeert via celibritywatcher R de schade
te beperken en hop, daar is politicus S die vindt dat meisje Q een voorbeeldfunctie
heeft en zo mag mevrouw T komen opdraven om te zeggen dat het niet zo erg is.
Niet erg? Niet erg? Wat krijgen we nou zeg! En inderdaad, de kamervragen van
meneer U lopen uit op een veenbranderige confrontatie met de dames V, die een
chronisch andere mening hebben dan de starre club van mannetje U. Moet dat nou,
zegt meneer W in het programma van X en Y, en zo spint mevrouw Z garen bij de
discussie, want zij is immers bezig met een beweging die ingaat tegen alle typische
bestuurlijke toestanden. O nee, denkt meneer A (ik begin gewoon opnieuw met
de letters, wat geeft het), dat nooit! We moeten mevrouw Z zoveel mogelijk wind
uit de zeilen nemen. We? Over wie meneer A het heeft, wordt in de krant uitgevochten
tussen meningenbakker B en allround kennisdomein C. De ene zegt dit en de andere
zegt het genuanceerder en zo specificeren ze een volle week totdat er ineens
iets anders aan de knikker is: stront namelijk, geworpen door die extreem vervelende
meneer D die altijd de confrontatie zoekt. Het drugsmeisje heeft ondertussen
berouw getoond, gezegd dat het eens maar nooit weer is, en vindt daarnaast dat
meneer D zijn vervelende kop moet houden. Dat kan de bedoeling niet zijn, vindt
meneer E, want zo gaan we niet met elkaar om in dit land. Hij meldt dit in een
programma waarin meneer F zijn beklag doet over de hoogte van een geldprijs
die hij nog niet eens gewonnen heeft. Het is gewoon te weinig, zo wordt de winnaar
van een prestigieuze prijs nooit voor vol aangezien, klaagt hij. Meneer E vindt
het gegraai maar vervelend en vraagt of het prijzengeld hoger is dan zijn jaarsalaris,
wat niet het geval blijkt. Mevrouw G vindt het typisch iets van nu, meneer H
vindt het ongepast om over geld te bakkeleien, meneer I stelt voor om desnoods
de prijs te weigeren. Mevrouw J stelt de diplomatieke vraag hoe hoog het bedrag
zou moeten zijn. Dat blijkt 15 duizend euro en dan is het tijd voor eend K en
kanarie L die er een goeie grap over maken. Je denkt dat je van alles af bent,
maar de dag erna blijkt soldaat M een inwoner van bergdorpje N te hebben geduwd.
Niks ernstigs, maar niet indachtig de culturele verschillen en dus een rel van
jewelste, waar de heren buiten dienst O en P maar met moeite lijn in kunnen
aanbrengen. De politiek is het zat en zangeresje Q en korfbaltrainer R eisen
dat de troepen terugkeren. Hun actieplan 2.0 wordt omarmd door politica S die
handig meelift op de heersende onvrede, waarvan het bestaan wordt tegengesproken
door de al maanden zwalkende partijleider T die de onderbuik op de lijst van
verboden wapens wil zetten, samen met de paddo en Lonsdale-truien. Wat een stemmingmakerij,
zegt voetbalkenner U in zijn wekelijkse leegloopuurtje. Ik wil weg uit dit land,
dreigt volkszanger V. We zijn onthutst, geschokt, verdrietig en boos, maar vooral
zijn we de weg kwijt, zegt meneer W. En dan breekt er iets. Het hele alfabet
is even helemaal stil. We zijn inderdaad de weg kwijt. En het ongelooflijke
gebeurt: we zien in dat we fout zitten. Maar net voordat we aan een oplossing
kunnen werken, komt er een of andere huwbare Oranjeprins op de proppen met X,
de achterkleindochter van de beruchte nazi-dokter Y. Want nee, rustig wordt
het nooit meer in Nederland.
TERUG