We zijn tegenwoordig zo schaamteloos dat het geen schokkende
ontboezeming is te zeggen dat je gelukkig wordt van de treurigheid van een ander.
Het kan je hele dag goedmaken. Zit je niet lekker in je vel, dan ga je naar
een plaats waar veel vreselijke mensen aanwezig zijn en je zult zien dat je
er onmiddellijk van opknapt.
Zelf combineer ik graag het nuttige met het culturele en zo was ik laatst op
een even bizar als oubollig avondje treurnis aanbeland, met als doel mezelf
er helemaal bovenop te krijgen. Het betrof hier de presentatie van een poëziebundel
en afgaand op de flyer kon het wel eens een heerlijke bijeenkomst worden. Het
zou in ieder geval een gevarieerde programma zijn met 'vele verschillende voordrachten
van verscheidene vorm en inhoud'. Mooi, bijna allemaal woorden die met een V
beginnen: vaak voorbode voor vertier vanhoogni veau.
's Avonds en eenmaal binnen was het vrij leeg, wat vreemd was gezien de importantie
van de presentatie. Het was namelijk niet zomaar een bundeltje, nee, volgens
de folder van de uitgeverij was het 'een ongekend en inventief debuut zoals
er zelden verschijnen'. Die langwerpige folders lagen per drie, als een waaiertje,
op alle tafels. Heel schattig en doordacht.
Een half uur later was het wat drukker en had ik een gerieflijk plekje aan de
bar gevonden zodat ik het tafereel van gepaste afstand gade kon slaan. Naast
mij stond een typisch poëziemeisje met grote borsten en als ik met ruime
gebaren uit mijn wijnglas dronk kon ik met de zijkant van mijn bovenarm in haar
linkermem duwen.
Toen was het tijd voor de voordrachten. Om er een beetje in te komen en volgens
mij om de kroeg stiller te krijgen, kregen we eerst een riedeltje van de povere
dichteres met haar wereldse kijk op de zaak. Welke zaak is me vooralsnog onbekend,
want de gedichten werden niet alleen headdown in de mic gebrabbeld, ze sloegen
ook nog eens nergens op. Het rijmde nooit en de dichteres had de spanningsboog
op de lijst van verboden wapens gezet. Niemand had een idee waar de gedichten
stopten en zo kon het gebeuren dat ik de enjambementen meer dan eens opvulde
met een abrupt applausje.
Kortom, het was kut en ik was blij dat de organisatie haar maar tien minuten
had gegeven. Als ik niet bijna onophoudelijk in mijn buurvrouw kon prikken was
ik demonstratief naar het toilet gegaan. De presentatie was totnogtoe stuitend,
schraal en ontdaan van jus en emotie. We mochten de gortdroge aardappelen van
de avond wegslikken, al was er gelukkig genoeg wijn. Na de ecodowner was het
meteen pauze en ging mijn poëziemeisje naar het toilet, waarschijnlijk
omdat de beugel van haar bh aan de binnenzijde van haar borst prikte. Bij de
laatste duw had ik namelijk het gevoel dat het ronde stangetje behoorlijk verschoof.
Zonde dat ze dat soort ondersteuning nodig heeft. Ik bestelde snel nog twee
wijntjes, zodat het leek dat er een voor mij en een voor haar was, maar de eerste
klokte ik direct weg en ging relaxed met de tweede om me heen zitten kijken.
Er wordt in de microfoon geblazen, pofpofpof en vervolgens zegt de frivole debutant
met de microfoonstandaard in zijn ene en een biertje in zijn opgestoken andere
hand dat we niet moeten weggaan omdat er nog enkele voordrachten zullen volgen.
Toen kwamen er twee homo's voorlezen en dat werd me te gortig. Er waren totaal
geen reserves in mijn mentale backup voor dit soort shit en ik kon het dubbelzinnige
geouwehoer van die maffe flikkers om die reden niet aanhoren. Sterker, hun voordracht
wekte de recalcitrante beatdichter in me. Ik ben opgestaan en heb spontaan en
onversterkt een smerig klankgedicht over anale seks door het buurthuis geschreeuwd.
Bij het verlaten van de zaal beet ik de aanwezigen toe dat het een schande is
wat wij met de moslims uitspoken, terwijl ik dreigend naar de bange mietjes
wees. Eentje stond verdekt opgesteld achter de ander en had zijn handen op diens
schouders gelegd, klaar om zich te verschuilen als ik met iets zou gooien. Iedereen
was er stil van. Helemaal in orde; dat soort acties wordt altijd enorm gewaardeerd
door dichters, omdat die niet vies zijn van een beetje maatschappijkritiek,
ook al is het onzin. Over twee jaar weet niemand nog iets zinnigs te zeggen
over deze stinkavond en al helemaal niks over dat doodgeboren dichtbundeltje,
maar mijn performance, ja, dat zullen ze onthouden. Hoopvol, zelfverzekerder
dan ooit en opgelucht ben ik straight naar huis gewandeld.
Toen ik vanmorgen op de bank wakker werd, had ik mijn jas nog aan. De zakken
zaten propvol servetjes van Ali Baba, dus misschien heb ik toch nog een behoorlijke
omweg gemaakt. Op een van de servetjes had ik een gedicht geschreven. Het ging
over de borsten van het poëziemeisje en heette 'De slappe washandjes van
Michelangelo'.
TERUG