Als God ons genadig zou zijn, dan krijgt de uitvinder van Pringles
vandaag een fatale hartaanval. De uitvinder van Pringles is namelijk een gehoorterrorist
en dat soort kan niet genoeg narigheid overkomen. Een gehoorterrorist, denkt
u, wat moet ik me daar bij voorstellen? Dat is iemand die de mensheid willens
en wetens opzadelt met smerige geluiden. Wat flauw, denken sommigen van u. Maar
nee! U weet half niet hoe ernstig het is om noodgedwongen te moeten luisteren
naar gekraak, geprak, gesmak, geslurp, zelfs dingen als luide muziek in klerenwinkels,
een roedel Peruaanse bergdwergen in een winkelstraat, zelfs het draaiorgel of
een opgevoerde brommer. Er komt tegenwoordig zoveel ongewenst geluid op ons
af, dat er best eens iets aan gedaan mag worden. Iedereen heeft tegenwoordig
toch altijd de bek vol van waarden en normen? Nou, laten we dan ook maar eens
optreden tegen het veel te ver doorgeschoten gehoorterrorisme!
En het is te doen! Draaiorgels op straat verbieden, zo gepiept. Laat ze maar
in theaters gaan staan. Hoeven die lui ook niet zo hinderlijk met dat centenbakje
door de muziek heen te rammelen, want zij zijn met hun nerveuze geschud het
levende bewijs dat ritmegevoel toch meer iets van negers is. Bovendien kunnen
liefhebbers van 'De Veronica' of 'De Pijpenburger' dan heerlijk ongestoord luisteren
naar de weldadige klankenregen van hun favoriete instrument, in de fijne ambiance
van een zalencentrum met koffie tijdens de pauze. Prachtig idee. Echt vooruitstrevend.
Brommers die teveel lawaai maken, hup, van de weg plukken. Boete. Die kids verdienen
toch genoeg, want ze hebben ook allemaal een mobiel én geld om hun brommer
op te voeren. We zeggen maar één ding: opvoeren? afvoeren! Die
kreet kan zo op een zuil langs de snelweg. Over de Peruaantjes hoeven we het
niet te hebben, want dat is een formaliteitje. Hun recht om op straat te mogen
spelen is een kwestie van een ander hokje aanvinken in het computerprogramma
WatMag 1.0. Ga maar loempia's verkopen, die maken tenminste geen lawaai. Nog
iets: winkels worden gesloten als zij geluid veroorzaken. Geen marge, geen uitzondering,
geen tolerantiegrens, of met welke woorden we het gedoogbeleid hier normaal
gesproken ook uitleggen. Wordt het alleen maar duidelijk van. En stiller. En
dus prettiger voor iedereen, want hoe minder een mens zich ergert, hoe beter
hij of zij in de maatschappij functioneert. Zo kunnen we dat best zeggen tegenwoordig.
En als we de buitensporige uitwassen hebben uitgebannen uit onze gehoorgefrustreerde
dagelijksheid, kunnen we ons opmaken voor de definitieve eliminatie van ongewenst
geluid. We slepen de uitvinder van Pringles voor de rechter omdat ze te groot
zijn. Geen mens kan ze, en wil ze daarom, in één keer in de mond
stoppen om ze keurig binnensmonds te kraken. Daarentegen kraken zij de chips
met open mond en maken daarbij een oorverdovend smerig lawaai. Weerzinwekkend
en stuitend. Voortaan dus kleinere chips, maar beter nog: helemaal geen chips.
Werken we aan, we moeten de mensen niet alles tegelijk door de strot willen
duwen. Wat we de mensen wel mee kunnen geven, is dat ze hoe dan ook met de mond
dicht eten en niet door de mond inademen als ze een slok van iets nemen omdat
dat galmt in het glas danwel koffiebeker. Geen gehoor. Denk daar gewoon eens
aan. We hebben het hier niet over het gat in de ozonlaag, maar gewoon over een
stukje beschaving. Laat dat duidelijk zijn. Genoeg met die pragmatische zinnetjes.
We moeten verder.
En dat doen we! We openen frontaal de aanval op het mobieltje in het openbaar.
Met andere woorden: we willen ze niet meer horen of zien. Dat 'zien' gaat trouwens
nog een hele klus worden, maar laten we niet op de feiten vooruit lopen. Er
wordt niet meer gebeld in de trein, kroeg of 'iedere locatie waar groepsvorming
een gegeven kan zijn'. We kunnen immers niet toelaten dat individuen zich aan
hun verplichtingen onttrekken. Daarna volgen nog kruistochten tegen autoradio's,
burengerucht (een hele uitdaging, hebben we echt zin in), appels en de Japanse
mix. Maar zover zijn we nog lang niet. Eerst moeten we die klootzak van de Pringles
vinden. Als iemand zijn onderduikadres weet, dan zouden we daar heel blij mee
zijn.
TERUG