Verantwoord

De laatste tijd moet ik steeds denken aan wat Ben Cauwenbergh ooit in een interview verklaarde. Het gesprek ging over de acceptatie van veranderingen en Cauwenbergh vond dat als een wijziging zich meer dan eens voordeed, het nieuwe er direct vanaf was en de mensen het niet meer als een verandering zagen, maar als iets dat nooit is weggeweest. Of zoiets. Ik haal dat citaat graag aan. Vooral barvliegen, figuren die vaak om een praatje verlegen zitten, laten het graag op zich inwerken om vervolgens aan een oeverloze monoloog te beginnen.
Ben Cauwenbergh bestaat overigens niet. Dat ik steeds aan het citaat moet denken, dat dus helemaal niet van hem is, komt doordat we tegenwoordig steeds worden geconfronteerd met zaken die het daglicht niet kunnen verdragen. De collectieve verontwaardiging die erop volgt, is na het eerstvolgende reclameblok verstomt en komt niet terug als het een tweede keer gebeurt. Van een slachtoffer van zinloos geweld kijken we niet meer raar op, toch? Nou, het éérste slachtoffer heeft een gedenkplaat, een stichting, T-shirts en er is een pleintje naar hem vernoemd. Kom daar nog maar eens om tegenwoordig! Nee, die Cauwenbergh, die het dus helemaal niet heeft gezegd, had het mooi bij het goede einde.
Als zo'n avontuurlijke barbewoner me vraagt wat die Cauwenbergh nog meer heeft gezegd, trakteer ik die Gezant van de Neveling niet zelden op een citaat van Van Putten, die ik voor het gemak niet noem als bron. Cauwenbergh, in feite dus Van Putten, heeft tijdens een televisieoptreden eens gezegd dat de Palestijnen eigenlijk de Gecoupeerde Pauwen van het Midden Oosten zijn, die nooit eens iets moois kunnen laten zien omdat kwajongens hen de staarten hebben afgeknipt. Zelf laat ik overigens in het midden of die Van Putten wel echt bestaat. Het maakt voor het verhaal dat ik de barbegonia vertel niet uit; Cauwenbergh is immers ook een verzinsel.
De verhalen die je dán loskrijgt bij zo'n figuur; niet mooi meer zeg! Laatst kwam er eentje aanzetten met ruilverkaveling en iets met een eiland voor de kust van Israel. Echt een giller. Volgens mij heette die mafkees Peer Boffels. Of Jonas Dolleman. In ieder geval iemand die volkomen onbekend is gebleven, behalve bij het barpersoneel. Jammer, want hij heeft vast ooit meer goeie dingen gezegd.

TERUG