Het geouwehoer rond de Grote Markt kent geen grenzen, met de
oprichting van het comité Geef de Grote Markt terug aan de natuur als
voorlopig tragisch dieptepunt. Je zou bijna denken dat het grote wereldleed
nooit is doorgedrongen tot onze provinciehoofdstad. Wij praten over verschuivende
rooilijnen, zevenlaagse parkeerdekken en toegankelijke kennishuizen in tijden
van internet en breedband.
De schoen wringt over de gehele breedte en van de neus tot de hak, om de doodeenvoudige
reden dat politici overal hetzelfde zijn. Die willen bij bestuurlijk leven en
welzijn scoren, zij willen met gróte dingen bezig zijn. In die zin is
Jules Wijdenbosch een modelpoliticus. Grote Jules, de loyale roofsuri die eerst
de complete goudvoorraad met zijn vrienden heeft opgesnoven, waarna hij zichzelf
beloonde met een brug die hij vernoemde naar een groot staatsman uit de moderne
geschiedenis: Jules Wijdenbosch.
Zijn Groningse collega's willen ook scoren. Zij willen later zeggen: "ja,
meiske, dat heeft deze oude man toch maar mooi gelapt!" Als je negentig
bent en er is slechts een fietsbruggetje naar je vernoemd, dan heb je bar slecht
gepresteerd. En daarom moet 'die foeilelijke Grote Markt' eindelijk eens veranderen.
De tijd dringt. Het merendeel van de bestuurders krijgt verdorie al grijze slapen!
Helaas, het Groningse bestuurskliekje ziet één ding over het hoofd:
de nuchtere standvastigheid van de Groninger, een eigenschap waarmee dezelfde
bestuurder -als die eens in het land wordt genood en z'n zegje voor de camera
mag doen- maar al te graag koketteert. Maar o wee als die onverzettelijkheid
tussen de spaken van een kek bouwideetje komt! Dan is het mis en zijn de mensen
toe aan 'een stukje positieve beeldvorming'. Dan gaan de bestuurders 'met argumenten'
spreken, 'die niets te wensen overlaten'. Want die teringstadjers moeten niet
dwars gaan liggen. Daar hebben zij zelf ook niets aan.
De stadjer denkt ondertussen genuanceerder: we hebben al een bibliotheek en
die stort nog lang niet in; geef het geld maar uit aan dingen waar we echt wat
aan hebben; maar bovenal: verlicht ons van onze lasten, want van ons is de Grote
Markt, en zijn ziel en zijn zaligheid. Tot in de eeuwigheid. Of zoals de Duitse
toerist het laatst zo mooi zei: " Wij hebben in Paderborn ook een Grote
Markt, maar die van jullie is een stuk groter."
TERUG